Werken van Delphine Boël

walking dinner met

Delphine Boël

zaterdag 15 augustus 2009 | 11u00 tot 14u00 | knokke-zoute | guy pieters gallery

WIE IS DELPHINE BOËL?

Delphine Boël     Delphine Boël

Delphine kreeg de achternaam Boël naar de wettige echtgenoot van haar moeder, Sybille barones de Selys-Longchamps, de industrieel Jacques Boël. In latere interviews zou Delphine zeggen dat die geheime relatie geduurd heeft van 1966 tot 1984, en dat prins Albert bereid was te scheiden van zijn vrouw, prinses - nu koningin - Paola om met Sybille en hun dochter in ballingschap te gaan leven.

Na de officiële scheiding tussen haar moeder en Jacques Boël, verhuisden Delphine en Sybille naar Londen. Delphine was een rebelse puber die niet aardde op een conventionele school en vervolgens een kunstopleiding volgde. Als jonge vrouw ging ze in de Londense ‘sterrenwijk’ Notting Hill wonen, in een huis aan de Portobello Road, en kwam ze aan de kost met het maken van felgekleurde sculpturen in papier-mâché.

Haar beelden verwezen vrij openlijk naar haar koninklijke afkomst: ze werkte vaak met kronen, tronen en de kleuren van de Belgische vlag (zoals op de penis van een gekroonde kikker). Toch werd het geheim omtrent haar vaderschap pas publiek in oktober 1999, met de publicatie van een biografie van koningin Paola, geschreven door de journalist Mario Danneels.

Het nieuws wekte heel wat deining op, vooral omdat het op enkele weken na samenviel met het huwelijk van kroonprins Filip en prinses Mathilde. Het Paleis deed het bericht aanvankelijk af als "roddels", maar tijdens zijn kerstboodschap van 1999 gaf koning Albert II het bestaan van Delphine in bedekte termen toch toe:

"Kerstmis biedt ieder van ons een goede gelegenheid om even te bezinnen over de eigen familie, zowel over haar gelukkige periodes als over haar moeilijke dagen.

De Koningin en ikzelf hebben teruggedacht aan heel gelukkige tijden, maar ook aan de crisis die ons koppel heeft doorstaan, nu 30 jaar geleden. Samen, zijn wij erin geslaagd die moeilijkheden te boven te komen en hebben wij sedert lang een diepe liefde en eendracht kunnen herwinnen.

Die crisisperiode werd ons onlangs in herinnering gebracht. Daar wensen wij niet verder op in te gaan; zij behoort tot ons privé-leven. Mocht onze eigen levenservaring echter hoopgevend zijn voor hen die vandaag gelijkaardige moeilijkheden beleven, het zou ons heel blij stemmen."

Koning Albert II tijdens de kerstboodschap in 1999.

Daarmee leek de zaak gesloten, tot Delphine in 2004 van Londen naar Brussel verhuisde en zich begon te profileren in de media. Gedurende vijf jaar had ze steevast alle commentaar geweigerd, maar die zomer vertelde ze dat haar vader alle contact met haar verbroken had en haar tijdens hun laatste telefoongesprek zelfs zou hebben gezegd dat "ze zijn dochter niet meer was." Delphine heeft die beweringen sindsdien nog enkele keren herhaald, en in de zomer van 2005 sprak ook Sybille de Selys-Longchamps voor het eerst over het "onrecht" dat haar dochter werd aangedaan. Het Paleis heeft sinds de kersttoespraak van 1999 niet meer op "de affaire-Delphine" willen reageren, maar de situatie wordt steeds vervelender voor het koningshuis. Volgens de krant De Standaard werkte de Belgische regering toen achter de schermen aan een gracieuze oplossing om meer gezichtsverlies voor koning Albert te vermijden. Sybille de Selys-Longchamps gaf in het voorjaar van 2007 nog twee interviews waarin ze bevestigt dat ze haar memoires aan het schrijven is, die pas zullen verschijnen na haar dood en die van koning Albert II. Delphine heeft wel contact met prins Laurent, die haar officieus wel erkent als zijn zuster.